Tante Bertha, een oorlogsverhaal.

~~ geschreven door Marc Maryns / foto’s Marc Maryns, Isabelle Maryns, Ilse Bostyn, Volkskundemuseum Brugge, Digitaal Archief Bevolkingsregister Mater, Oost-Vlaanderen

Een oorlogsverhaal?

Inderdaad. Een oorlogsverhaal. Maar misschien niet een verhaal dat u verwacht bij het woord ‘oorlog’.
Ontelbaar zijn zij die het slachtoffer werden van verklikking, deportatie, gevangenneming, fusillades. Ontelbaar de gesneuvelde soldaten en omgekomen burgers.
Dit oorlogsverhaal is het verhaal van een jong meisje dat op een dramatische wijze om het leven kwam. Een familiedrama door onvoorzichtigheid, door hebzucht, door bedrog. De ware toedracht zullen we nooit kennen. Maar op 19 december 1916 gebeurde iets gruwelijks.

Bertha Maria Van Laethem, geboren te Volkegem op 8 februari 1903 en op tragische wijze om het leven gekomen te Mater op 19 december 1916 in haar ouderlijke woning aan de Hoogstraat 4 (gehucht Natendries) te Mater (foto Isabelle Maryns).

Tante Bertha, verbrand… vermoord?

Ik heb mijn moeder talloze malen horen vertellen over haar zuster Bertha, die verbrand en gestorven is tijdens de oorlog. Wat ik mij herinner van dit verhaal, tracht ik hieronder op te schrijven. Maar eerst even situeren.

Het was oorlog. De oorlog van 1914-1918, de Grote Oorlog, de Eerste Wereldoorlog. Mijn grootouders van moederskant, Petrus Van Laethem en Prudence Messiaen, woonden oorspronkelijk in Volkegem maar verhuisden naar Mater. Met hun groeiende gezin gingen zij wonen in de boerderij met adres Hoogstraat 4 in het gehucht Natendries (dit huis heeft nu Ganzendries* als adres) Petrus had twee beroepen: hij was boer en huisschilder.
Zo heeft hij samen met zijn zonen de kerk van Bambrugge geschilderd. Bambrugge is een dorp gelegen binnen de driehoek Sint-Lievens-Houtem / Aalst / Zottegem en een deelgemeente van Erpe-Mere. Volgens Google Maps is de afstand tussen Mater en Bambrugge ongeveer 30 kilometer fietsen. Dus het lag voor Petrus en zijn zonen niet naast de deur.
Hoe de kerkfabriek van Bambrugge bij ‘Pee Latem’ (want dat was zijn bijnaam) was terechtgekomen voor de schilderwerken, wist mijn moeder ook niet te verklaren. Hij, Pee Latem, hield er een heel eigen filosofie op na: toen zijn kinderen oud en groot genoeg waren om te helpen werken, moesten zijn zonen mee gaan schilderen en zijn dochters het werk op de boerderij doen. Hij was een keuterboerke met enkele koeien en zwijnen.

Er waren maar liefst 9 kinderen: 4 zonen en 5 dochters. Ik som ze hier op met een * achter hun roepnamen en in volgorde van ouderdom. De V staat voor ‘geboren in Volkegem’ en de M staat voor ‘geboren in Mater’.

Anna* Maria (V 1900), Hortensia Martha* (V 1901), Bertha* Maria (V 1903), Irma* Albertina (V 1904), Maurice* Josef (M 1907), Angela* Adela (M 1909), Daniël* Victor (M 1911), Frans* Albert Omer (M 1913) en  Albert* Raymond Jozef (M 1916).

Petrus en zijn gezin deelden het huis in Mater met zijn ouders, Vital Van Laethem en Constantia De Mulder (meetse, zoals mijn moeder haar noemde) en met zijn jongere zuster Maria Emma en haar dochter Margaretha Christina. In 1916 woonde enkel ‘Meetse’ nog bij het gezin. Vader Vital overleed in 1905 en zus Maria Emma huwde en verhuisde naar de Varentlos met haar dochter en nieuwe echtgenoot in 1902.

Een ‘Lampe Belge’ zoals men ze in vele Vlaamse huisgezinnen aantrof – bron: Volkskundemuseum Brugge – vaste collectie.

De winter van 1916

In de oorlogsperiode was er nog geen electriciteit aanwezig op de boerderij. Men maakte gebruik van olielampen of, zoals ze in de omgangstaal genoemd werden, ‘quinquets’. Ook wel ‘cisterlampen’ of ‘lampes belges’.
Het was december, winter, en de dagen waren kort. Er moest al vroeg verlichting zijn in het huis. De lampen moesten van tijd tot tijd bijgevuld worden en dat was het werk van tante Bertha. De brandstof was schaars, maar toch wisten de Van Laethems waar die te koop was: in Ename bij een zekere V.V.**
Wie in die bewuste maand december de olie was gaan kopen, weet ik niet. Ma heeft het mij nooit verteld. Was het Bertha zelf? Of één van haar zussen of haar vader?

In elk geval wou tante Bertha op die tragische dag, 19 december 1916 (een dinsdag), de lampen bijvullen en testen of ze wel zouden branden. En met de woorden ‘Moedere, terbinst dat nog kloar es goa’k moar ne kir kijk’n of da de lamp’n will’n brand’n’ ging Bertha aan de slag.
Ze stond op een stoel om een eerste lamp te testen, maar op het ogenblik dat ze een brandende lucifer aan de wiek stak ontstond er een steekvlam. Heel de inhoud van de lamp ontplofte. Tante Bertha werd door de luchtverplaatsing als gevolg van die explosie op de grond geworpen. De lamp viel ook op de grond en er ontstond brand.
Iedereen vluchtte naar buiten. De buren kwamen toegelopen om te helpen blussen. Meetse (de moeder van mijn grootvader) was ook tijdig buiten, maar toen stelden mijn grootouders vast dat de jongste telg Albert, pas zes maanden oud, nog in zijn wiegje lag en dat stond in de brandende kamer. Grootvader Petrus is terug naar binnen gelopen om zijn jongste zoon te redden. Voor zijn dochter Bertha kon geen hulp meer baten. Ze is levend verbrand.

Enkele dagen later werd zij begraven. Mijn moeder sprak van een wonder, want ondanks het feit dat tante Bertha over haar gehele lichaam was verbrand, was er niets aan haar twee lange vlechten. Tante Bertha werd begraven met haar vlechten op haar schouders gelegd.

Een groot deel van het huis was uitgebrand. Dus moesten er zo vlug als mogelijk herstellingswerken worden uitgevoerd. Want het grote gezin had onderdak nodig.

De reden van de ontploffing werd snel duidelijk. De handelaar uit Ename had geen cister verkocht maar benzol. Hetgeen een zeer ontbrandbaar product is.

Een proces wegens moord

Petrus Van Laethem heeft kort na het tragisch voorval een proces ingespannen tegen de verkoper van het product. Op zekere dag moest hij het gaan uitleggen op de rechtbank in Oudenaarde. De handelaar werd veroordeeld tot een celstraf en een geldboete. Maar mijn grootvader stelde zich mild op tegenover de veroordeelde en zei tegen de rechter: ‘Ach meneer de zuze, ge moet gij ‘em nie in den bak steek’n. Ie heet uuk nog kleine jongies. En doarbij… doarmee krijge kik mijn dochtere nie were.’

De laatste woorden die Petrus tot de rechter richtte waren: ‘Ozze kik buiten komme, springe kik zelve in de Schelde.’ Waarop de rechter hem terecht wees met de wijze woorden: ‘Mijnheer Van Laethem, denk aan uw gezin dat u hard nodig heeft.’

* Het huidige huisnummer is bekend bij Marc Maryns en Ilse Bostyn
** V.V. is een fictieve naam

Bidprentje van Bertha Maria Van Laethem (foto Marc Maryns).

Nawoord

Ik heb een poging ondernomen om inzage te krijgen in het vonnis van het proces tegen de handelaar uit Ename.
Op 1 september 2020 kreeg ik het volgende antwoord van het Rijksarchief Beveren: ‘Beste, de rechtbankarchieven van vóór 1918 zijn vernietigd door een bombardement in het jaar 1918. Spijtig genoeg zal er dan ook geen info meer te vinden zijn hierover.’

Uittreksel uit het Bevolkingsregister van Mater, periode 1901-1920 / bewoners van het huis aan de Natendries 4, de familie Van Laethem, met vermelding van het overlijden van Bertha Maria van Laethem op 19 december 1916 (bron: Bevolkingsregister Mater, Oost-Vlaanderen, digitaal archief).

                                        

 

2 gedachtes over “Tante Bertha, een oorlogsverhaal.

    • Euh, als mijn moeder uw ex-buurvrouw is, dan ben ik ook uw ex-buurjongen/man. Blijft de vraag wie jij dan bent.
      Mijn roots liggen via mijn ouders ook in Mater, moeder was afkomstig van de Natendries en mijn vader van Kerkgate.

      Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s