De jaarmarkt, Feeste t’Ename in 1939

~~ geschreven door Marc Maryns (inleiding) / krantenartikel geschreven door Raoul Vanhee / foto’s uit het krantenartikel van Raoul Vanhee / scans Marc Maryns

Paardenmarkt in Ename, 1939. Het sluiten van een koop door ‘handjeklap’.
Foto Raoul Vanhee & scan Marc Maryns.

Inleiding op het krantenartikel van Raoul Vanhee (1939)

Via een verkoopsite kon ik een artikel over de paardenmarkt tijdens de Feeste t’Ename op de kop tikken. Het werd geschreven door Raoul Vanhee. Uit welk magazine het artikel komt heb ik nog niet kunnen achterhalen. Alleen de naam van de schrijver staat onderaan het artikel vermeld. En dan met potlood wordt nog ‘1939’ vermeld.

Er werd reeds één en ander verteld over onze paardenmarkt en over de zigeuners die er op die dag het mooie weer maakten. In dit artikel beschrijft Raoul hoe hij getuige was van een paardenmarkt, waarschijnlijk dus die van 1939.

Ik heb de volledige tekst overgeschreven zoals Raoul Vanhee hem destijds heeft geschreven, ook met zijn oude spelling, want het gescande origineel is mede door zijn grootte moeilijk te lezen.

Even situeren waar de paardenmarkt plaats had. Dit valt af te leiden uit twee bronnen:
(1) Door mondelinge overlevering.
(2) Aan het huis op de achtergrond op de foto met de zigeuner. Inderdaad het is de gevel van huis met huisnummer 176, destijds bewoond door Gommaar Bostyn en zijn gezin in de huidige Martijn Van Torhoutstraat.

Aan de overzijde van het huis met nummer 176 lagen één of meerdere weiden. Daar staan nu de huizen met nummer 165, 167 en 169, dit zijn het café en de huizen links ernaast. Het werd niet voor niets de “Paardenmarkt” genoemd en het achterliggende straatje draagt ook die naam, zijnde de Paardemarktstraat. Een deel van dit straatje had ook de bijnaam ‘Zondagstraatje’ omdat sommige van de huizen (tussen de Wallestraat en de Martijn van Torhoutstraat) werden gebouwd op een zondag. Tijdens de week ging men werken en op de zevende dag rustte men niet, maar bouwde men aan zijn eigen woonst of die van de kinderen.

Raoul beschrijft niet alleen de paardenmarkt van Ename maar ook het ‘Paardenfeest te Oudenaarde’.

Kom, ga je mee naar de paardenmarkt? Eens kijken of er veel volk op af komt? Zijn er koopjes te doen?
Je leest de antwoorden op deze vragen hieronder.

Veel leesgenot!

Een brokje Zuid-Vlaamsche folklore “FEESTE T’EENAME”
(artikel geschreven door Raoul Vanhee)

Het voorspel “Paardenfeest te Oudenaarde”

Ieder jaar, tijdens de eerste dagen der Oogstmaand, ontstaat op de wegen rond het schilderachtig gelegen Zuid-Vlaamsche stadje Oudenaarde, een ongewoon gedoe. Als uit den grond gerezen staan plots ’t alle kante die typische wagens, over welke inwoners niemand een stond twijfel koestert.

Veel rust kennen ze niet; hier mogen ze niet staan; verderop dan maar. Daar weer slechts vierentwintig uren. Wat geeft het; gelaten rijden ze weer een andere weg op, tot ze tenslotte de toelating krijgen op een stuk vagen grond samen te hokken.

Na de Feeste ’t Eename immers dolen ze weer verder, als ware kinderen van den Wandelenden Jood.

Vrouwen en kinderen trekken de stad in, bedelend; den goedgeloovige zijn geluk lezend in zijne hand, geheimzinnig fluisterend: “Mettez cinq francs, je vous dirai une chose merveilleuse”. Geprikkeld betaalt men, en eens zoover geeft men nog meer toe.

Biddend en smeekend wanneer zij u aanspreken, opdringerig wanneer zij voelen dat men niet zeker is van zijn stuk; scheldend en vloekend als men er korte metten mee maakt. En waar men ze ziet verschijnen in hunne treffende kleedij, de kleuters op de heupen gezeten even gemakkelijk als in een zetel, daar wordt menige deur vastgemaakt.

Niet dat ze eigenlijk zoo kwaad zijn; maar al wat niet te heet of te zwaar is gaat mede naar het kamp, zoo zij de gelegenheid krijgen.

De rondtrekkende ‘bohemers’ in hun kamp, 1939.
Foto Raoul Vanhee & scan Marc Maryns.

’t Bohemerskamp. Een goede zaak voor de nabijgelegen herbergen, want drinken, dat kan een Bohemer als geen ander. En wanneer ze dan in ’t kamp terugkeren, dan laait soms, onder invloed van den drank, hoog de ruzie op; vuisten worden gebald, er wordt gescholden en gedreigd; de opdringerige toeschouwers verwachten zich elk oogenblik aan een bloedig gevecht, als plots van achter een wagen de hoofdman tevoorschijn stapt. Gedaan met ruzie; de eerbied (of is het vrees) voor hun chef is dezen menschen als ingeboren.

Zonder orde staan de wagens daar door elkaar gegooid, zooals ze toekwamen. Daar zit een gansche familie bijeengeschaard: de man bespeelt eene gitaar, vrouw, kinderen en hijzelf neuriën zachtjes mede, om dan plots op te springen en bedelend rond te gaan. Voor dien anderen wagen speelt een gebrekkelijke, astmathieke grammofoon een oude romance, en geeft eene jonge Boheemsche een harer typische dansen ten beste. In een wagen ligt een kindje, enkele dagen oud, ziek; de moeder, welke daags na de geboorte reeds weer te been was, wiegt het zachtjes weeklagend in haar wijden schoot. Ginds vliegt een moedernaakt kindje, amper twee jaar oud, als een weerlicht tusschen de wagens. Ontelbare tooneeltjes alsdus; voor wie zijne oogen gebruiken wil.

Op de Markt in Oudenaarde, daags voor de Feeste t’Ename, 1939.
Foto Raoul Vanhee & scan Marc Maryns.

Het paardenfeest te Oudenaarde

Uit alle windstreken komen reeds van ’s morgens de boeren met paarden, ezels en muilezels naar de markt, waar de dieren zullen tentoongesteld worden. Paardenkoopmans, en natuurlijk ook Bohemers zijn op post. Tweehonderd tot driehonderd dieren zijn daar op zeker oogenblik aanwezig, en er wordt geboden, geloofd en gesjacherd zonder einde. Torenhoog hoort men er de dieren ophemelen, als de eigenaar spreekt en aftakelen als het de kooper is.

Maar om den Bohemer, die hier de overwegende rol speelt, bij den neus te kunnen leiden, daarom moet men gewiekst zijn. Gaan zij niet vanaf hunne prille jeugd met paarden om? Menigeen die vandaag een dier kocht van hen, dat perfekt bleek, komt na een paar dagen tot de bittere ervaring dat hij bedrogen werd.

Het paardenfeest duurt gewoonlijk tot 7-8 uur ’s avonds, en eindigt van den kant der bruine knapen in een waar bacchusfeest.

Daags nadien: Feeste t’Eename.

Een eeuwenoud tafereel in Ename: de rondtrekkende kooplieden wachtend op kopers.
Foto Raoul Vanhee & scan Marc Maryns.

Amper ligt de stad en omgeving een paar uren in slaap gedompeld, of daar wordt men reeds gewekt door de kreten der vee- en paardenhandelaars, der Bohemers ook, welke hunnen dieren naar Eename drijven, want Feeste t’Eename begint ’s morgens om vier uur.

Uit het weinige, dat daarover ter onzer beschikking bleef, blijkt dat dit feest ontstond ten tijde der abdij, eens rijk en
machtig, gebouwd in de XIe eeuw, op den rechteroever van de Schelde; binst de beroeringen der XVIe eeuw geplunderd en later tot puin gebracht.

De jaarmarkt spruit waarschijnlijk voort uit de jaarlijksche foor, welke op St. Laurentiusdag werd gehouden.

Volgens de legende zou een pelgrim, welke in het klooster gastvrijheid had genoten, den volgenden dag zijn ezel aan een voorbijganger hebben te koop geboden, waarop deze, een sluwe koopman, hem vroeg of hij er hem niet meer kon bezorgen, daar hijzelf er vraag naar had. De pelgrim beloofde dat hij volgend jaar, dag op dag, zou terugkeeren  met een aantal ezels en ook paarden; en aldus zou dan de van eeuwen gekende jaarmarkt zijn ontstaan, daar de pelgrim navolgers vond.

Op een drietal plaatsen verzamelt Feeste t’Eename 4 à 500 dieren. De veemarkt wordt gehouden op de Lijnwaadmarkt; de paardenmarkt op eene uitgestrekte, langs de groote baan liggende weide.

Op de Lijnwaadmarkt werd jaarlijks de veemarkt gehouden. Zoals hier in 1939.
Foto Raoul Vanhee & scan Marc Maryns.

Daartusschendoor wriemelt een dichte menigte, gekomen uit alle hoeken van het land, welke bestormd wordt door verkoopers van allerlei: zweepen, wandelstokken voor veekoopmans, charlatans allerhande. Daar zijn de liedjeszangers, die de laatste gebeurtenissen bezingen, vuurvreters en hercules; kerels die witte muizen, levende, in kleeren en tot in hun mond laten kruipen, goochelaars en wat nog al.

En midden dit alles komen de Bohemers met hun vreemd dialect een exotische noot werpen, trachtende om het fijnst te spelen met de niet min sluwe boertjes en paardenkoopmannen.

En, wanneer rond het middaguur de Feeste naar haar einde loopt, dan gaat menigeen met iets als weemoed in ’t harte huiswaarts.

Weer is Feeste ’t Eename voor een jaar heen.

RAOUL VANHEE

Oudenaarde  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s