‘Keere weerom’, de reuzen van Ename.

~~ geschreven door Marc Maryns / beknopt historisch overzicht door Ilse Bostyn / met dank aan Marcel van Damme wiens boek ‘De Oudenaardse Reuzen’ een waardevolle bron was voor dit artikel, Hilde Avet en Sofie Nobels van de Dienst voor Toerisme Oudenaarde, Luc Vanhauteghem voor het krantenartikel uit het Brabants Dagblad dd 13 april 1999, Stephan De Clercq voor de foto van mandenmakersfamilie De Clercq, Ronny Verhaeghe voor de tekst van het lied ‘Smeerop’, het echtpaar Van Dorpe (de stichters van ‘Smeerop’), de familie Van den Driessche, het Provinciaal Erfgoedcentrum waar sommige foto’s werden gemaakt / foto’s Marc Maryns en Ilse Bostyn 

reuzenliedDe tekst van het oude reuzenlied, Zuidnederlands.

Naar aanleiding van de Erfgoeddag op 22 april 2018 werd in het Provinciaal Erfgoedcentrum een verzameling reuzen bij mekaar gebracht om ‘U’ tegen te zeggen. Dit project was een samenwerkingsverband tussen de Provincie Oost-Vlaanderen, de Stad Oudenaarde en het PEC (Provinciaal Erfgoedcentrum).

Het was een bonte verzameling die er stond opgesteld: Adriaan Brouwer van Oudenaarde-Centrum, de reuzen van Eine, Nederename, Volkegem, Leupegem en Mater. Op een tafel lagen ook nog twee gerestaureerde koppen van de reuzen van Heurne en twee gerestaureerde kinderkopjes van de reuzen van Eine. Zo zie je maar dat er in Oudenaarde en omgeving een reuzentraditie bestaat of heeft bestaan.

Wie herinnert zich nog de reuzen van Ename? Waarschijnlijk niet zo velen onder ons, tenzij zij die reeds veel grijze haren hebben of mannen die er geen meer hebben…

Ik was nog heel jong toen het gebuurtefeest van de ‘Smeerop’ werd georganiseerd en de reuzen hun ronde deden. Vage herinneringen die terug tot leven komen na het zien van al die reuzen in het Erfgoedcentrum en ook na het lezen van een boekje getiteld ‘De Oudenaardse Reuzen’, uitgegeven in 1980 en geschreven door Marcel Van Damme. Dit is zo’n beetje een naslagwerk geworden van wat er bijna 40 jaar geleden bestond of heeft bestaan aan reuzen. Men leest er niet alleen de namen van de reuzen maar ook interessante technische uitleg. Een bijgevoegd lijstje geeft een mooi overzicht van alle reuzen van de diverse gemeenten. Maar wat in 1980 als ‘up to date’ werd vermeld, is mogelijk nu achterhaald.

IMG_9239.JPG

Opvallend is dat ook onze gemeente ENAME toen reuzen had, maar… dat is een verhaal op zich. Marcel Van Damme, de auteur van het boekje, heeft voor wat betreft onze Enaamse reuzen één en ander aan info verzameld. Zo kunnen we onder meer het volgende lezen:

(begin citaat – ‘De Oudenaardse Reuzen’, Marcel Van Damme, 1980, pag. 13-14)

25 jaar na de stichting van de wijk ‘Smeerop’, meer bepaald in augustus 1957, startte de reuzenfolklore van Ename, met de bedoeling het jaarlijkse gebuurtefeest luister bij te zetten.
‘Berty, de Reus van Blijveghem’ werd gemaakt door Marcel Waeghe en gekleed door Maria van Troembeke. Een doop was niet voorzien alhoewel hij wel werd ingeschreven in de registers van Ename. Over zijn eerste en ook laatste solo-rondgang is er weinig bijgebleven, enkel dat hij als hoofd van de stoet opstapte en in zijn dans werd begeleid door marsmuziek.

scan 1

Eén jaar later, op 1 augustus 1958, werd aan het gemeentehuis een affiche geopenbaard met de vermelding ‘folkloristisch reuzenhuwelijk zal publiek voltrokken worden’, voorzien van een authentiek afkondigingsgetuigschrift om een huwelijk aan te gaan in België.
Op 3 augustus 1958 trad Berty, Reus van Blijveghem, zoon van Baron Bierton de Blijveghem en gehuisvest in de Baronie van Hierlichede van Eenaeme, in het huwelijk met Bette, Reuzin de Geerenhouweghem, dochter van Bailliu van Pamele de Geerenhouweghem en gehuisvest in de Bierstale ter Vierschare. Het huwelijk der grootsten werd voltrokken om 16u vóór het gemeentehuis, nadat het was aangekondigd met kanongebulder twee uren voordien. De getuigen waren: R. Vandenabeele, N. Van Dorpe, G. De Cordier en M. De Hulst, zoals vermeld op de huwelijksakte. Alle ‘officiële’ documenten werden zorgvuldig in een ‘reuzenregister’ bewaard (in de letterlijke zin van het woord).

Scan

Wetenswaardig is verder nog dat de gelegenheidschampetter J. De Bleecker vóór de huwelijksvoltrekking een lijst met rechten en plichten van het reuzengeslacht in 10 geboden voorlas, iets wat ik enkel in Ename kon vinden (die lijst wordt gepubliceerd in het hoofdstuk ‘reuzendocumenten’).
De Enaamse reuzen verhuisden in 1964 naar Nederename en nadien in 1972 naar Volkegem. Telkenjare werden de reuzen afgehaald aan het station te Ename. Ze kwamen met de trein van 3 uur ’s namiddags.
De Enaamse reuzen gingen uit ‘de weke vóór Sint-Laurentiusdag’.

smeerop liedDe tekst van het ‘Smeeroplied’.

NAAMVERKLARING:

  • Berty Reus de Blijveghem: Berty is afkomstig van Albert (alweer de typische Oudenaardse ie-uitgang)
  • de Blijveghem: volksverzinsel, hij komt van daar waar men graag blijft, waarschijnlijk insinueert men ‘blijven hangen in een herberg’.
  • Bette Reuzin de Geerenhouweghem: Bette van Lysbette of Elisabeth.
  • de Geerenhouweghem: volksverzinsel, zij die komt van waar men graag houdt (lief heeft)

SAMENSTELLING EN BEZIT:

De reuzen waren bezit van het gebuurtecomité Smeerop en kostten 5000 Bfr* per reus. Ze waren ondergebracht bij mevrouw Van Dorpe Albert. De koppen waren vervaardigd uit perskarton, de kevie** uit riet. De hoogte ongeveer 3,55 m en een gewicht van elk ongeveer 20 kg. Het waren draagreuzen, hun kleren waren van ‘satijn’.

* Omgerekend in euro: 5000 Bfr = ongeveer € 124,- (red.)
** ‘Kevie’: volgens de ‘Dikke van Dale’ betekent dit ‘kooi van vlechtwerk’ (red.)

STAMBOOM:

In de huwelijksakte staat dat Berty zou geboren zijn in 1930 en Bette in 1932.
Berty Reus van Blijveghem (1957 verschenen)
X 1958
Bette Reuzin de Geerenhouweghem (1958 verschenen).

TYPOLOGIE:

Zowel de klederdracht als de naam (vóór- en achternaam) wijzen op het populaire type.

(einde citaat – ‘De Oudenaardse Reuzen’, Marcel Van Damme, 1980, pag. 13-14)

Hiermee is ook het mysterie ‘waar zouden onze reuzen vertoeven’ opgelost. Maar waarom de reuzen achtereenvolgens naar Nederename en Volkegem verhuisden zal een raadsel blijven.

reuzenlied partituur

Over de gebuurtefeesten van ‘De Smeerop’ kunt u meer lezen in het artikel De Smeerop, geschreven door Jean-Pierre Battiau.

De kunst van kevies vlechten.

Nu we het ook over Nederename hebben gehad, wil ik even onder de aandacht brengen dat mandenvlechters die gekend waren voor het afleveren van kwaliteitsvolle manden, zich ook begonnen toe te leggen op het vlechten van de reuzenlijven of ‘kevies’. Ja, zelfs tot over onze landsgrenzen heen waren de mandenvlechters uit Nederename bekend. Zo was er de familie Van den Hautte die zelfs kevies mocht vlechten voor de Nederlandse gemeenten Oisterwijk, Moergestel en Heukelom, gelegen in de provincie Noord-Brabant niet zo ver van Tilburg. Het waren Albert Van den Hautte en zijn nicht Christiane Van den Hautte die de uitverkorenen waren om het vlechtwerk uit te voeren.

In het ‘Brabants Dagblad’ van dinsdag 13 april 1999 kon men er één en ander over lezen.

brabants dagblad 3.jpg

Maar ook in Ename waren bekende mandenmakers gevestigd. Zo ging in de familie De Clercq uit Ename de kunst van het mandenmaken, waaronder ook kevies, van vader op zoon. Hieronder een foto van Jozef De Clercq en zijn zoon André De Clercq bij twee reuzenkevies door hen gemaakt (foto 17 augustus 1958).

Reuzen Stephan De Clercq a 12 08 56Mandenmakers Jozef en André De Clercq (foto Stephan De Clercq).

Reuzen Stephan De Clercq b 15 12 54André De Clercq aan het werk.

Over het mandenmaken en de wijmenteelt in onze contreien kunt u meer lezen in het artikel Mandenmakers, van wijmen tot mand, waar u ook een prachtige documentaire over de wijmenteelt, gemaakt door Luc Vanhauteghem en Mariëtte Bostijn, kunt bekijken.

Een uniek document.

In het boek ‘De Oudenaardse Reuzen’ van Marcel Van Damme (1980) is in het hoofdstuk ‘Reuzendocumenten’ het document ‘De Rechten en Plichten van het Reuzengeslacht in 10 Geboden’ opgenomen. Een document dat, zoals de auteur vermeldt, hij alleen in Ename heeft kunnen vinden.

Hieronder de originele tekst van het document.
(uit ‘De Oudenaardse Reuzen’, Marcel Van Damme, 1980, pag. 34)

De Rechten en de Plichten van het Reuzengeslacht in 10 Geboden.

  1. De reuzenechtgenoten zijn elkander getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd vooraf op café.
  2. De reuzengemaal is zijn reuzengemalin bescherming verschuldigd en voor vechtend desnoods tot der dood toe.
  3. Vrouwe reuzin is verplicht bij haar man te wonen zo bij dage en nachte, ter zolderinge van hun pleegouders ten Zwijndries ofte Smeerop alhier.
  4. Bette de reuzin kan niet voor de Jugedepé verschijnen zonder toestemming van Berty de reuzenbaas.
  5. Berty de vaderreus mag steeds zijn pint gaan drinken in alle bierstallen van de Smeerop en van de gemeente, zonder reklamaties van zijn Bette.
  6. Bij dronkenschap van Berty mag Bette hem den zoldertrap ontzeggen en zal hij dan door de plaatselijke garde zo nodig in vieren geplooid in de amigo worden opgeborgen tot Bette hem voor ’t een of ander weer nodig heeft.
  7. Bij officiële uitgang moeten allebei samen zijn, vergezeld van Smeeropafgevaardigden. Beiden moeten deftig gekleed zijn; hij, fris geschoren, zij, gepoeierd en gelippenstift.
  8. Na zonsondergang moeten beiden op hunne zolder aanwezig zijn, en generlei geruchten maken en de onderbewoners niet storen.
  9. Om echtscheiding te bekomen moeten alle inwoners van de Smeerop, van 9 jaar tot 99 jaar, voor akkoord tekenen anders moeten zij willen of niet, toch het echtelijk bed blijven delen.
  10. Elke geboorte van een reuzenkind moet aangekondigd worden door kanongebulder. Het bier vloeit op die dag tot allen kunnen zingen van ‘Sa moeder stopt nu maar het vat… de reus is zat.’

Opgemaakt te Ename op 3 augustus 1958.

Reuzen en kunst.

‘Dat de reuzen van Eine een belangrijk deel van het folkloreleven aldaar uitmaken, ziet men aan de werken van kunstschilder Ernest Van den Driessche, in kunstenaarskringen ook wel ‘de prins der naïeven’ genoemd.’
(uit ‘De Oudenaardse Reuzen’, Marcel Van Damme, 1980, pag. 35)

Over Ernest Van den Driessche vermeldt Wikipedia het volgende:
‘Ernest Camiel Franciscus Van den Driessche (geboren in Eine, 26 december 1894 – aldaar overleden op 8 april 1985) was een naïeve kunstschilder uit het Belgische Eine, thans een deelgemeente van Oudenaarde.
Ernest Van den Driessche kreeg een zekere bekendheid door deel te nemen aan exposities over naïeve schilderkunst in de jaren zestig in Brussel, Hasselt, Luik, Bratislava (1966, 1969) en Zagreb (1970). Hij hield tentoonstellingen van 1964 tot 1970 in Assenede, Gent, Lokeren, Oudenaarde, Waregem, Verviers, Parijs en Keulen.
Van den Driessche schilderde instinctief kleurrijk over het volkse leven in Eine: het dorpsfeest en de maskers. In het dialect van zijn dorp sprak hij bescheiden van ‘peetsies tiekenen’ (poppetjes tekenen).
Zie Ernest Van den Driessche.
Enkele werken van hem zijn: ‘Het Dorpsfeest’, ‘Carnaval’, ‘Peeties’, ‘Kerst’. En nog veel meer.

IMG_9265

IMG_9266

De Vlaamse reuzentraditie, een beknopt overzicht.

~~ geschreven door Ilse Bostyn

Onze Vlaamse reuzentraditie is alom bekend en erkend als immaterieel erfgoed. Maar waar komt ze eigenlijk vandaan? Hoe is dit bijzondere fenomeen van ‘de reuzen’ begonnen?

De reuzentraditie in Vlaanderen is heel oud. De oudste vermeldingen van reuzen vinden we onder andere terug in documenten uit de 12de eeuw, zoals enkele bekende reuzen uit Belgisch en Nederlands Limburg. ‘Nederland?’, zult u wellicht denken. Ja, inderdaad. Want wanneer we het over de Vlaamse reuzentraditie hebben moeten we bedenken dat deze niet alleen het grondgebied van ons Belgische Vlaanderen betreft, maar het grote gebied dat zich uitstrekt van Zuid-Nederland (het land onder de Moerdijk) tot en met het gebied van Frans-Vlaanderen.

De oorsprong van onze historische reuzen (niet te verwarren met de carnavalsreuzen) is niet folkloristisch. Reuzen vervulden een belangrijke rol in de gemeenschap en waren aanvankelijk niet louter en alleen ter opluistering van feesten en stoeten. Zij stelden vaak een heilige, een plaatselijke held of de heer van de streek voor en werden ingezet bij de verdediging van een stad of dorp. Wanneer de vijand dreigde aan te vallen of plunderende troepen voorbijkwamen, werd de reus bij de stadspoorten neergezet ter afschrikking en als bijzondere ‘bewaker’ van de stad of het dorp. Het grote bijgeloof in de macht van reuzen zorgde er dan ook wel eens voor dat de aanvaller zich toch bedacht.

Bij reuzen hoorden soms ook legenden waarin aan de reus heroïsche daden werden toegeschreven. Wat natuurlijk bijdroeg aan het ontzag voor de imposante figuren en het geloof in hun bijzondere krachten.

Bij elke reus hoorde een gilde. Deze was verantwoordelijk voor alles wat met de reus te maken had, van het onderhouden van de reus tot het opstellen en inzetten ter verdediging van het gebied. De reuzengilden hebben een historische band met de schuttersgilden, dewelke ook instonden voor de verdediging van stad of dorp.
Het wezenlijke belang van schuttersgilden en reuzengilden ging langzaamaan verloren door de opkomst van buskruit, nieuwe wapens en een andere manier van stadsverdediging. De manier waarop men een gebied verdedigde veranderde grondig. Reuzen- en schuttersgilden gingen tot de folklore behoren.

De reus werd niet meer gezien als ‘persoon’ met een bijzondere, beschermende macht, maar bleef niettemin een markant en mysterieus verschijnsel in de gemeenschap. Reuzen mochten dan wel tot de folklore zijn gaan behoren, men bleef toch bepaalde tradities in ere houden. Zoals we ook hierboven in het artikel van Marc Maryns kunnen lezen, werden zij beschouwd als inwoners van stad of dorp en kregen een naam, statuut, adres, taken, etcetera. Zij worden geboren, gedoopt, zij huwen, krijgen kinderen en soms overlijden zij (al is dit uitzonderlijk, want normaal gezien is de reuzen een eeuwig leven toebeschoren). Ze worden ingeschreven in de plaatselijke registers en zijn ‘het reuzengezicht’ van een plaats.

Vandaag bestaan de reuzengildes nog steeds. Zij voeren taken uit als constructie, onderhoud, optreden, reizen en deelnemen aan evenementen. Zij bewaren de geschiedenis en de kennis over de reuzen en geven die door.
In de 20ste eeuw werden reuzen vooral populair in dorpsgemeenschappen, zoals bij ons in Ename en in de omliggende dorpen.

Jan Turpijn II van Nieuwpoort en het Ros Beiaard van Dendermonde.
(bronnen: Wikipedia en Wikimedia Commons)

Reuzenregels!
Reuzen moeten zich aan bepaalde regels houden. Zo zien we dat de reuzen van Ename een ludieke lijst met ’10 geboden’ meekrijgen. Maar regels voor reuzen zijn niet altijd grappig bedoeld. Zo mogen stadsreuzen traditiegetrouw hun stad niet verlaten. Denk hierbij aan het Ros Beiaard dat nog nooit een voet buiten Dendermonde gezet heeft. Is het Ros Beiaard een reus? Jazeker. Reuzen hebben niet uitsluitend een menselijke identiteit, maar kunnen ook (fabel)dieren voorstellen (alhoewel dit minder voorkomt in onze contreien).

Reuzen dansen!
Wanneer er feest is in dorp of stad dan zijn de reuzen vaak van de partij. En wanneer zij meelopen in een stoet of wanneer zij gewoon wat rondgaan, dan bewegen zij zich al dansend. Soms op een vrije manier huppelend en draaiend en soms voeren zij echte dansen uit. Vanzelfsprekend is deze manier van bewegen alleen mogelijk voor reuzen die gedragen worden en niet al te zwaar wegen. Wanneer een reuzenkevie op wieltjes is geplaatst, kan de reus al niet meer zo vrij bewegen. En sommige reuzen zijn gewoonweg veel te zwaar om te dansen. Denk hierbij aan Jan Turpijn II van Nieuwpoort die zo’n 750 kg weegt en meer dan 10 meter hoog is. Hij is de grootste gedragen reus van Europa. Er zijn 24 dragers nodig om hem voort te bewegen.
Er bestaan ook kleine reuzen die de reuzenkinderen voorstellen én zelfs ‘dwergreuzen’ zoals de 18de-eeuwse ‘reuskens’ uit Borgerhout. Deze zijn niet veel groter dan een mens, maar worden om hun bouw toch als reuzen erkend.
De reuzendragers of pijnders (sjouwers) vervullen één van de belangrijkste taken binnen de reuzentraditie. Zij zijn het ook die de reuzendanskunde leren en weer overdragen aan een volgende generatie pijnders.

De reuzen van Oudenaarde en omstreken.

Een overzicht van de reuzen van Oudenaarde en haar deelgemeenten vinden we terug in ‘De Oudenaardse Reuzen’, Marcel Van Damme, 1980.

lijst reuzen

Het Enaamse reuzenechtpaar Berty de Blijveghem en Bette de Geerenhouweghem.

IMG_9240IMG_9242

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s